Opvliegers zijn het meest voorkomende symptoom van de menopauze en treffen maar liefst 50–85% van de vrouwen. Wat veroorzaakt ze en hoe kun je ze verlichten?
Hoe herken je een opvlieger
Opvliegers zijn het gevolg van perifere vasodilatatie (uitzetten van de bloedvaten) en een toename van de doorbloeding van de huid. Ze treden vaak 's nachts op, wat nachtelijk transpireren en slaapproblemen kan veroorzaken. Ze beginnen meestal met een lichte temperatuurverhoging als plotseling gevoel van warmte op de borst en het gezicht, warmte die al snel over het hele lichaam wordt gevoeld. Het warmtegevoel duurt twee tot vier minuten, gaat vaak gepaard met hevige transpiratie en soms ook hartkloppingen, en kan gevolgd worden door koude rillingen. Transpiratie zorgt ervoor dat de temperatuur daalt en door rillingen wordt de lichaamstemperatuur weer genormaliseerd (1).
Hormonale verandering in de menopauze
De oorzaak van opvliegers ligt in de hormonale veranderingen tijdens de menopauze, vooral de daling van het oestrogeenniveau. Hierdoor raakt het thermoregulatiecentrum in de hersenen (de hypothalamus) uit balans. Bij vrouwen vóór de overgang zorgt oestrogeen voor een stabiele en brede thermoneutrale zone, het gebied waarin het lichaam geen maatregelen hoeft te nemen om af te koelen of op te warmen. Tijdens en na de overgang wordt die zone smaller. Daardoor kan een kleine stijging in de lichaamstemperatuur al een sterke reactie uitlokken, zoals zweten of rillen (1).
Wat kun je doen tegen opvliegers?
Leefstijltips: Een gezond voedingspatroon met veel groenten, fruit, volkoren granen, peulvruchten, gezonde vetten en weinig suiker en bewerkte voeding, kan klachten verminderen. Matige lichaamsbeweging helpt vaak, al kan intensieve inspanning bij sommige vrouwen juist opvliegers uitlokken. Ook stressreductie via bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie of mindfulness blijkt effectief. Stoppen met roken en minder alcohol drinken draagt eveneens bij aan vermindering van opvliegers (2).
Medische opties: Bij ernstige klachten kan hormonale therapie (MHT) effectief zijn, hoewel het niet voor iedereen geschikt is (3). Ook niet-hormonale medicijnen zoals SSRI’s en SNRI’s (typen antidepressiva) kunnen helpen bij het verminderen van de frequentie en intensiteit van opvliegers (4).
Hoewel opvliegers lastig en soms ontregelend kunnen zijn, maken ze ook deel uit van een natuurlijk proces: de overgang naar een nieuwe levensfase. Naast alle mogelijke behandelingen en leefstijlaanpassingen, kan het ook helpend zijn om mildheid en acceptatie toe te laten. Weten dat je niet alleen bent, dat het tijdelijk is, en dat je lichaam op zijn eigen manier probeert balans te vinden, kan rust geven.
Bronnen:
Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en ontvang adviezen en artikelen op het gebied van vitaliteitscoaching