Roomboter: waardoor vinden we soms tegenstrijdige studies?

Twee weken geleden schreven wij over de mythes rondom roomboter. Hier hebben we een aantal terechte reacties op gehad, waarvoor dank. Want sommige grote studies lijken tegenstrijdig. Hoe zie je door de bomen het bos?

health coach program

Niet alle studies meten op dezelfde manier. “Geen ongezond effect gemeten", maakt iets nog niet gezond:

Roomboter wordt vaak gepresenteerd als een natuurlijk product dat daarom gezond voor ons is. Als je roomboter vergelijkt met suiker of andere snelle koolhydraten dan zijn de effecten ongeveer vergelijkbaar. In de laatste 30 jaar zijn roomboter en andere verzadigde vetten in het Westen veelal vervangen door geraffineerde koolhydraten. Daardoor lijkt het effect neutraal qua gezondheid.

In de grote studie van Pimpin et al (2016) is onderzoek gedaan naar de effecten van roomboter op de hart- en vaatgezondheid en mortaliteit (het risico op overlijden). Enerzijds omschrijven zij roomboter vrij positief: als een "neutraal" product qua hart- en vaatziekten en mortaliteit. Anderzijds beschrijven zij fruit, noten, bonen, zaden en plantaardige oliën als gezondere keuzes. Voor onze totale gezondheid, maar ook specifiek als het gaat om hart- en vaatziekten.

Onverzadigde vetten hebben extra gezondheidseffecten

De American Heart Association hebben recent een uitgebreid adviesrapport geschreven over vetten en hart- en vaatziekten. Er zijn meerdere gedegen studies die laten zien dat wanneer je verzadigde vetten deels gaat vervangen door onverzadigde de kans op mortaliteit met circa 30% verlaagt (Sacks et al. 2017). Onverzadigde vetten komen vooral voor in plantaardige producten. Bovendien leveren plantaardige producten niet alleen een voordeel in de vetten, maar je krijgt er een heel pakketje van micronutriënten (vitamines, mineralen en fyto-stoffen) gratis en voor niks bij.

Waarom betekent “geen ongezond effect gemeten", niet automatisch "gezond"?

Sacks et al (2017) merken ook (terecht) op dat het van belang is welke macronutriënten (vetten, koolhydraten en eiwitten) je met elkaar vergelijkt. Zoals hierboven al beschreven neemt de incidentie van hart- en vaatziekten met circa 30% af bij het vervangen van verzadigde vetten door onverzadigde vetten (Sacks et al. 2017). Als we nu verzadigde vetten vervangen door snelle koolhydraten dan levert dat geen gezondheidseffecten op. Snelle koolhydraten zijn bijvoorbeeld wit brood, witte pasta e.d. en hebben een heel ander effect op onze gezondheid dan de langzamere koolhydraten zoals bijvoorbeeld in volkorenbrood en volkorenpasta.  

Van snelle koolhydraten (suikers) weten we ze dat ze LDL-cholesterol verhogend werken en niet gezond voor ons zijn. Terwijl langzame koolhydraten (vezelrijk/onbewerkt) het cholesterol en het risico op hart- en vaatziekten helpen verlagen (Sacks et al. 2017 & Brown et al. 1999). In vele studies wordt (helaas) niet goed aangegeven met welk type koolhydraten de verzadigde vetten worden vergeleken. Echter, we weten dat gemiddeld ongeveer 80% tot 90% van de koolhydraat-consumptie in deze populaties van het ongezonde type is. Dat betekent dat het zeer waarschijnlijk is dat in die studies dus de snelle koolhydraten veel voorkomen in plaats van de langzame koolhydraten. Dus als roomboter in die studies ongeveer hetzelfde effect heeft als deze snelle koolhydraten, dan is dat geen goed teken…

Conclusie:

De kernboodschap van de weektip over roomboter is niet dat je roomboter niet/nooit mag nemen, maar voor de gezondheid is het niet behulpzaam. Het belangrijkste hierbij is natuurlijk ook het gehele voedingspatroon. Is deze voornamelijk plantaardig en onbewerkt, dan kan een beetje roomboter zo nu dan geen kwaad. Maar iemand die al veel bewerkte en dierlijke producten eet, kan beter voorzichtig zijn met veelvuldig gebruik van roomboter. Het deels vervangen van de verzadigde vetten door onverzadigde kan dus een slimme en gezonde keuze zijn. Alles met mate, behalve misschien de GBOMBS ;-).

De kern van het verhaal is:

  1. Onverzadigde vetten hebben een gezondheidseffect terwijl verzadigde hooguit neutraal zijn (als vergeleken met suikers).
  2. Met welke macronutriënten de verzadigde vetten worden vergeleken maakt uit.
  3. De bron van de verzadigde vetten lijkt uit te maken (dierlijk versus plantaardig).
  4. Het totale voedingspatroon is het belangrijkste voor de gezondheid, i.p.v. kijken naar geïsoleerde (macro)nutriënten.

Bronnen:

Brown, L., Rosner, B., Willett, W. W., & Sacks, F. M. (1999). Cholesterol-lowering effects of dietary fiber: a meta-analysis. The American journal of clinical nutrition, 69(1), 30-42

Pimpin, L., Wu, J. H., Haskelberg, H., Del Gobbo, L., & Mozaffarian, D. (2016). Is butter back? A systematic review and meta-analysis of butter consumption and risk of cardiovascular disease, diabetes, and total mortality. PLoS One, 11(6), e0158118.

Sacks, F. M., Lichtenstein, A. H., Wu, J. H., Appel, L. J., Creager, M. A., Kris-Etherton, P. M., ... & Stone, N. J. (2017). Dietary fats and cardiovascular disease: a presidential advisory from the American Heart Association. Circulation, 136(3), e1-e23.



Blijf op de hoogte van recente ontwikkelingen op het gebied van vitaliteit en duurzame inzetbaarheid


Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en ontvang adviezen en artikelen op het gebied van vitaliteitscoaching

Ingeschreven!
Neem contact met ons op
Inschrijven Nieuwsbrief