Cholesterol is nuttig! Het is gemaakt voor het transporteren van vetten in je bloedbaan. Want vet lost niet goed op in water (dus ook niet in bloed).
Echter, een hoog cholesterol (m.n. LDL) betekent dat je lijf misschien wat erg veel vetten binnenkrijgt. Daardoor wijst het op een grotere kans op hart- en vaatziekten, plus andere welvaartsaandoeningen zoals diabetes, obesitas en sommige kankersoorten.
Hoe moeten we cholesterol-metingen dan interpreteren?
Gemeten cholesterolwaardes zeggen iets over de vettenbelasting van de afgelopen periode. Als je meer vetten eet, gaat je lever meer cholesterol aanmaken. Als er veel vettransport heeft plaatsgevonden, is de kans groot dat de cholesterolwaarde hoog is en andersom. Hier zijn mooie experimenten mee gedaan. In één experiment was het cholesterol in 12 dagen met bijna 25% gedaald!

Proefkonijn
In de BBC uitzending “The truth about food” werd een experiment uitgevoerd door de cardio- en leefstijl specialist Prof. David Jenkins. Hierin werden vrijwilligers, die op gezondheidswaarden als gewicht, bloeddruk, cholesterol niet goed scoorden, 12 dagen opgesloten in de Devon zoo met bordje: Please do not feed the humans
In het experiment kregen de deelnemers een dieet voorgeschoteld dat lijkt op wat men zo’n 100.000 jaar geleden at. Dit patroon bestond voornamelijk uit groenten en fruit. Om toch voldoende energie binnen te krijgen, betekende dat de vrijwilligers 5,5 kilo moesten eten per dag! Hierbij hadden ze nog geluk dat er een regio gesimuleerd werd waar ook wat noten te vinden waren, anders hadden ze nog meer moeten eten. Na 6 dagen kregen de vrijwilligers om de dag ook wat gekookte vis.
Uiteraard was dit patroon een stuk lager in vetten dan het patroon dat ze voor het experiment hadden. Ter vergelijking; in een gemiddeld Nederlands voedingspatroon komt gemiddeld 40% van de calorieën uit vetten, in dit experiment was het aantal calorieën uit vetten beneden de 15%. Dat betekent dat het lichaam zich gaat aanpassen en dat dus ook het vettransport flink daalt. In deze 12 dagen veranderden bij de deelnemers de volgende waardes:
Goed en slecht cholesterol
Wanneer iemand een cholesterolmeting heeft gehad, wordt er vaak niet alleen naar het totaal cholesterol gekeken, maar ook naar sub-waardes van het totaal cholesterol. Daarnaast wordt er ook naar iemands leefstijl gekeken.
De meest relevante waarden die gemeten worden, zijn het HDL- en het LDL-cholesterol. De benaming hiervan heeft te maken met de dichtheid van de cholesteroldeeltjes. Het slechte cholesterol is het LDL-cholesterol, dit heeft de laagste dichtheid (en zal dus het meeste drijven in het bloed). Het HDL heeft een hoge dichtheid (en zal dus het meest zinken, omdat het meer lijkt op de dichtheid van water). Dit is belangrijke informatie, want een hoog LDL-cholesterol doet de kans op hart-en vaatziekten (en andere welvaartsziekten) toenemen, terwijl een hoog HDL-cholesterol de kans op deze aandoeningen juist verkleint.
Genetisch
Ook zijn er genetische verschillen tussen mensen. Dit betekent dat, wanneer twee mensen exact hetzelfde leefpatroon hebben, er toch andere cholesterol-waarden gemeten kunnen worden. Daarnaast is een cholesterolmeting is ook niet zaligmakend, los van de meting moet er altijd gekeken worden naar de context van de meting. Beweegt iemand? Heeft iemand overgewicht? Rookt iemand? Cholesterol is een snelle, goedkope meetmethode, maar zegt lang niet alles. Er zou voor de volledigheid ook naar andere waardes gekeken moeten worden, maar deze metingen zijn vaak erg duur en voegen niet altijd veel toe.
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is juist voor de mensen die genetisch belast zijn (die dus sneller een hoog cholesterol hebben) een gezonde leefstijl van zeer groot belang. Het grootste deel van iemand’s cholesterolwaarde (lees: risico) wordt namelijk door leefstijl beinvloed, niet door genetica! Alleen op basis van 5 leefregels blijkt uit langlopend onderzoek van Harvard University dat het risico op hart- en vaatziekten voor ruim 80% vermijdbaar is, diabetes is voor ruim 90% vermijdbaar (darmkanker ruim 70%). Deze leefregels zijn niet eens heel spectaculair;
Wat te doen?
De grootste invloed op het LDL-cholesterol zit aan de kant van voeding, voor vrijwel alle Nederlanders. Met name verzadigd vet (boter, kaas, vlees) en transvetten (industrieel geharde vetten, zuivel en rundvlees) zijn berucht in het verhogen van LDL cholesterol.
Anderzijds, voor het verlagen van het LDL-cholesterol, helpt vezelrijk eten. Met name water-oplosbare vezels zijn belangrijk. Dus eet svp veel fruit, groenten, noten en volkoren producten. De water-oplosbare vezels zorgen ervoor dat je minder vetten binnenkrijgt, waardoor het LDL-cholesterol zakt.
Het HDL-cholesterol wordt juist geassocieerd met bescherming tegen hart- en vaatziekten (en andere welvaartsaandoeningen).
Het HDL-cholesterol stijgt wanneer iemand meer gaat bewegen, met name matig intensief bewegen heeft hier een positieve invloed op, omdat je bij matig intensief bewegen voornamelijk vetten verbrandt. Wanneer de intensiteit van beweging stijgt, gaat je lichaam van de vetverbranding over op de suikerverbranding, want dat levert voor het lichaam meer energie (= brandstof) op... Dus ga wandelen, laat je hond uit ook al heb je er geen! ;-)
Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en ontvang adviezen en artikelen op het gebied van vitaliteitscoaching