Actueel


Health klassieker: Waarom is buikvet ongezond?

Het ene vet is het andere niet. Hoe komt het dat visceraal vet (rond de organen) slechter is voor je gezondheid dan subcutaan vet? En hoe verbeter je dit?

Wat is visceraal vet?

Veel mensen hebben vast wel eens gehoord dat buikvet ongezond voor je is. Hoe dit precies zit, leggen we hier uit. Rond je buik kan op verschillende plekken vet worden opgeslagen. Vet dat in je gehele lichaam direct onder de huid wordt opgeslagen wordt subcutaan vet genoemd. Omdat het direct onder de huid gelegen is, kun je het herkennen als vet dat “oppakbaar” is. Hoewel het hebben van overgewicht niet goed is voor je gezondheid, is subcutaan vet niet per se ongezond en heeft het ook verschillende positieve functies.

Visceraal vet is gelegen onder de buikwand en rondom de organen en is daarom niet oppakbaar. In vergelijking met subcutaan vet, is visceraal vet al snel slecht(er) voor je gezondheid. Een klein beetje visceraal rondom de organen is nodig ter bescherming van je organen. Helaas is er wel een duidelijke relatie tussen de toename van visceraal vet en het ontstaan van verschillende chronische ziektes.

Waarom is visceraal vet ongezonder?

Het toenemen van visceraal vet is gerelateerd aan een verhoogde kans op het ontstaan van chronische ziektes, zoals diabetes type II, insuline resistentie en hart- en vaatziekten. Er zijn verschillende hypotheses waarom het risico toeneemt bij toename van dit vet. Visceraal vet maakt ontstekingsbevorderende chemicaliën aan (o.a. TNF-alpha en IL-6). Daarnaast is dit type vet dichtgelegen bij de buikader, waardoor deze stoffen de lever snel bereiken. In de lever veroorzaken ze o.a. insuline resistentie en (lever)vervetting. Bovendien neemt het totale- en LDL-cholesterol toe bij het toenemen van visceraal vet, terwijl het HDL (goede) cholesterol afneemt. Dit verhoogt het risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten (Deprés 2017).

Waarom hebben sommige mensen meer visceraal vet?

Er zijn verschillende redenen waarom sommige mensen meer visceraal vet hebben dan anderen. Deels lijkt dit genetisch bepaald te zijn. Sommige mensen slaan eerder vet op rond de buik (ook wel ‘appel figuur’ genoemd), de anderen meer rond de billen (“peer figuur”). De “appel” blijkt meer ontstekingsbevorderende chemicaliën aan te maken dan de “peer” (Item & Konrand 2012).

Daarbij gaan (met name bij het ouder worden) mensen minder bewegen en verliezen hierdoor spiermassa. Dit zorgt ervoor dat o.a. voor dat de stofwisseling langzamer wordt. Ook vrouwen na de menopauze maken eerder visceraal vet aan door afname van het hormoon oestrogeen. Gelukkig zijn er ook voldoende factoren waar je veel invloed op hebt!

Belangrijke beïnvloedbare factoren zijn:

  • Sedentaire levensstijl (Irving et al., 2008), dus zorg svp dat je niet teveel zit.
  • Overeten (disbalans tussen energieverbruik en -inname).
  • Voedingspatronen met hoge (verzadigde) vetinname (Rosqvist et al., 2014).
  • Overmatig alcoholgebruik (Dorn et al., 2003).
  • Het nuttigen van transvetten, deze hebben de voorkeur om zich op te slaan als visceraal vet (Bendsen et al., 2011).

Hoe kan je meten hoeveel visceraal vet je hebt?

De makkelijkste manier om te voorspellen of je te veel visceraal vet hebt, is het meten van de middelomtrek met een meetlint. Je kunt deze meten door je middelomtrek te meten tussen de onderste rib en de bovenkant van het bekken (rond de navel). Adem uit, maar houdt je buik niet in(!) en meet je middelomtrek.

Het risico op visceraal vet neemt toe bij een middelomtrek boven de 101cm voor mannen en boven de 89cm voor vrouwen (Rankinen et al., 1999).

Wat kun je doen om visceraal vet te verliezen?

 

 

Bronnen:

Bendsen, N. T., Chabanova, E., Thomsen, H. S., Larsen, T. M., Newman, J. W., Stender, S., ... & Astrup, A. (2011). Effect of trans fatty acid intake on abdominal and liver fat deposition and blood lipids: a randomized trial in overweight postmenopausal women. Nutrition & diabetes1(1), e4.

Després, J. P. (2007). Cardiovascular disease under the influence of excess visceral fat. Critical pathways in cardiology6(2), 51-59.

Dorn, J. M., Hovey, K., Muti, P., Freudenheim, J. L., Russell, M., Nochajski, T. H., & Trevisan, M. (2003). Alcohol drinking patterns differentially affect central adiposity as measured by abdominal height in women and men. The Journal of nutrition133(8), 2655-2662.

Irving, B. A., Davis, C. K., Brock, D. W., Weltman, J. Y., Swift, D., Barrett, E. J., ... & Weltman, A. (2008). Effect of exercise training intensity on abdominal visceral fat and body composition. Medicine and science in sports and exercise40(11), 1863.

Konrad, D. (2012). Visceral fat and metabolic inflammation: the portal theory revisited. Obesity Reviews13, 30-39.

Rankinen, T., Kim, S. Y., Perusse, L., Despres, J. P., & Bouchard, C. (1999). The prediction of abdominal visceral fat level from body composition and anthropometry: ROC analysis. International journal of obesity23(8), 801.

Rosqvist, F., Iggman, D., Kullberg, J., Cedernaes, J. J., Johansson, H. E., Larsson, A., ... & Risérus, U. (2014). Overfeeding polyunsaturated and saturated fat causes distinct effects on liver and visceral fat accumulation in humans. Diabetes, DB_131622.